Praktijk

Buurtkar Bornem

Als de mensen niet meer naar de buurtwinkels en het gemeentehuis kunnen, dan moeten die maar naar de mensen komen. Dat is het concept achter de Buurtkar in Bornem. Leen Van Ranst, secretaris van het Sociaal Huis, geeft tekst en uitleg over deze mobiele winkel annex dienstencentrum.
 

“In de kleine deelgemeenten van Bornem zagen we een fenomeen dat in grote delen van Vlaanderen opduikt: kleine buurtwinkels verdwijnen, omdat er te weinig klanten zijn. Inwoners moeten dus naar het centrum van Bornem om hun boodschappen te doen. Maar als je minder mobiel bent, is dat niet altijd een optie. Mensen met een beperking of ouderen moeten dus steeds vaker een beroep doen op hun kinderen. Maar iedereen kiest toch liever zelf z’n groenten en fruit?” Zo begon een tijdje geleden het idee voor de Buurtkar te rijpen, vertelt Leen Van Ranst. “We wilden graag een kruidenier op wielen, die op vaste momenten door de deelgemeenten rijdt. En als we dat dan toch zouden doen, konden we er meteen een mobiel dienstencentrum van maken. Want ook het gemeentehuis is voor veel mensen onbereikbaar. Door de afstand, of de beperkte openingsuren. Een gezin van tweeverdieners vindt vaak niet de tijd om hun identiteitskaarten te laten vernieuwen. Wel, onze Buurtkar rijdt elke weekdag van 11u tot 19u, dus dat maakt het al iets makkelijker. We zijn in maart 2016 met dit project begonnen, en het loopt als een trein. We bereiken een heel breed publiek.”

Kritische middenstand

Eigenlijk is het gek dat er nu pas zo’n gemeentelijke buurtkar opduikt, want het idee is erg eenvoudig. Een mobiele winkel en dienstencentrum, waar je niet alleen venkels en kiwi’s kunt kopen, maar ook gemeentelijke afvalzakken. En waar je dus ook allerlei sociale en burgerlijke zaken kunt regelen. “We werken heel vraaggericht. Wie een bezorgdheid of specifieke vraag heeft, kan die aan de Buurtkar kwijt. En als het nodig is, sturen wij een veldwerker. Zo stimuleren we meteen het buurtwerk.” Elke dag rijdt die Buurtkar door een andere deelgemeente en de chauffeur “lokt” de inwoners met een soort marktleuze. “Maar iedereen heeft ook een deurhanger gekregen: als we die zien hangen, gaan we zelf aanbellen. Het is ongelofelijk hoe blij mensen zijn met de Buurtkar. Hun zelfredzaamheid is enorm gestegen. Onlangs hoorde ik nog een mooi verhaal: de kar was aan het rondrijden en ineens werd ze tegengehouden door een man op straat. Hij wilde gewoon even kwijt dat zijn vrouw in het ziekenhuis lag. Dat lijkt triviaal, maar het bewijst dat mensen ons vertrouwen, dat we dichter bij de burger zijn gekomen.”

Al verliep dit experiment niet zonder slag of stoot, geeft Leen toe. “Vooral de middenstand was in het begin zeer kritisch, wat ook logisch is: ze waren bang dat wij hun klanten zouden inpikken. Maar dat is uiteraard nooit onze bedoeling geweest. Het belangrijkste doel is het buurtwerk nieuw leven inblazen. Gelukkig hebben we een goede stuurgroep met onder andere iemand van Unizo. Zo wordt alles duidelijk doorgepraat. En dat blijven we doen, want dit is een work in progress. Misschien gaan we op termijn wel naar een kleinere kar, met enkel verse producten. Of naar gekoelde bakfietsen. We willen ook meer inzetten op sociale tewerkstelling. Maar dat is een volgende stap,  we wachten af hoe het loopt.” In elk geval kan dit inspirerend werken voor andere gemeenten, denkt Leen. “Eind september hebben we een infonamiddag georganiseerd en daar komen veel reacties op. Al is het belangrijk om te weten dat dit altijd maatwerk is, je kunt onze Buurtkar niet zomaar ‘exporteren’ naar een andere locatie. Veel hangt af van de context: zijn er nog veel buurtwinkels en dienstencentra? En nog één tip: probeer over de aankoop van het soort wagen of fietsen goed te overleggen. Wij kregen de kans om een tweedehands marktwagen aan te kopen, maar daardoor zijn de kosten toch opgelopen. Dat hadden we vooraf nogal onderschat.”

 

Dit artikel verscheen in onze praktijkgids 'Innovatie waar iedereen bij wint #3'
Foto: © Frank Toussaint/Sociale InnovatieFabriek